(9) Op avontuur naar Domburg in 1734*

Het avontuur wordt beschreven als een heldenepos. Het is een ‘verslag’ op rijm1 van een dagtocht op dinsdag 27 april 1734 van Vlissingen naar Domburg, die Guépin maakte met zijn drie vrienden Hermanus Jaarsma, Nicolaes Lambrechtsen en Jacobus (Co) Boudrie. Guépin beschrijft de belevenissen op 8 mei. Hij begint echter met een openingsgedicht waarin hij zich afvraagt of het gedicht over de reis wel in goede aarde zal vallen bij zijn vrienden. Maar hij vindt toch dat hij het erop moet wagen en accepteert op voorhand dat zijn vrienden in het dichten zijn meerderen zijn.

De reyse of wandelinge
Soo als den morgen sig vertoonde
En dat de Heldre son beloonde
de nagt, met klaerheyt van het ligt
door syn vermakelyk gesigt:
begaven wij ons, met ons vieren
om door het Zeeuwsche land te swieren
2

Aldus begaf men zich op pad. Er is meteen hilariteit, omdat Co zich heeft opgedoft als een echte Engelsman. Zijn gebruikelijke kloffie moest namelijk hersteld worden. Co zal de groep de weg wijzen naar Poppendamme.3 Het wordt meteen duidelijk dat onze dichter de groep wil neerzetten als een stel jonge helden, maar het noodlot slaat meteen toe. Co weet de weg niet en het gevolg is dat de heren moeten ploeteren door natte weilanden en kleiakkers met enorme kluiten. Ze komen ook niemand tegen om de weg te vragen. Uiteindelijk belanden ze weer op een weg…

Dus was ons smerte g’heel verligt
het eerst dat sig aen ons Gezigt
vertoonde was het nare teeken
van Dankaerts4 doodt daer uyt gesteeken
het bleeke stroobos voor de deur
5

Gezicht op het dorp Domburg, vanuit het noordwesten. Moeder met kinderen, herders en een kudde schapen op de voorgrond, 1662. kopergravure, Ottens (Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, deel II, nr. 69).

In Domburg vermaken ze zich met pootjebaden en natuurlijk bezoeken ze de lokale herberg. Over het eten wordt uitgebreid bericht. De terugweg voltrekt zich langs de kust en bij Westkapelle aangekomen moeten ze wel een uur zoeken naar de herberg om zich daar met thee te laven. En aldus versterkt gaat het richting Zoutelande. In Dishoek strijken ze neer bij Jan Visser en doen zich tegoed aan paasbrood met boter, komijnekaas en flinke glazen bier. Hiermee komt hun reis ten einde en moeten ze zich naar Vlissingen haasten om geen poortgeld te hoeven betalen.

De blijheid van de hervonden weg wordt aldus meteen tenietgedaan. Ze besluiten nu eerst naar Koudekerke en vandaar naar Beekerke (Biggekerke) te lopen. Eenmaal goed op gang gekomen, wapenen de jongeheren zich met wilgentakken waarmee ze iedereen, maar met name honden, schrik aanjagen. De takken worden beschreven als een knots, een piek, een speer en een lans, de vier zijn nu als Hercules onaantastbaar! Vervolgens worden hun zogenaamde heldendaden beschreven. De eerste pleisterplaats is bij de waard van Beekerke waar zij hun “overgrooten dorst” lessen. Dat gebeurt met koffie en er wordt ook gegeten. Vervolgens wordt koers gezet naar Domburg via Meliskerke en Aagtekerke:

En onderweege wy ontmoete
een dikken boer dewelk ons groete
ons seggende dat hy vast dagt
dat walcheren reeds was verkragt,
en door de Franschen ingenomen
dat hy reeds seer begon te schroomen, en byna in een flaeuwte lag.
wen hy van ver ons wapens sag6

In Domburg vermaken ze zich met pootjebaden en natuurlijk bezoeken ze de lokale herberg. Over het eten wordt uitgebreid bericht. De terugweg voltrekt zich langs de kust en bij Westkapelle aangekomen moeten ze wel een uur zoeken naar de herberg om zich daar met thee te laven. En aldus versterkt gaat het richting Zoutelande. In Dishoek strijken ze neer bij Jan Visser en doen zich tegoed aan paasbrood met boter, komijnekaas en flinke glazen bier. Hiermee komt hun reis ten einde en moeten ze zich naar Vlissingen haasten om geen poortgeld te hoeven betalen.

Slot
Bovenstaande wandeling zal al gauw tussen de 35 en 40 kilometer bedragen hebben. Met het wandelen en het rusten op de pleisterplaatsen is aardig wat tijd gemoeid. Het is de vraag of dat in de werkelijkheid met het programma van de vrienden wel haalbaar was in één dag. Overigens is de beschreven route een leuke wandeltip voor gedreven wandelaars.

* Deze reis staat ook beschreven in: Jan van Loo, ‘Ja myn Pen gy moet het waegen’, in: De Wete, jrg. 51 (2), april 2022,31-33.

1. Zeeuwse Bibliotheek, Middelburg, KLUIS Hs. 4786, folio 3: ‘Reise of Wandelinge door het land na Domburg in nederduytsche rym door Jan Guepin Jacobs’. Het volledige handschrift telt 39 folia, is te downloaden in transcriptie en voor de scans van het handschrift klikt u op deze link.
2. Ibidem, folio 4.
3. Poppendamme is thans een buurtschap in de gemeente Veere.
4. Het is (nog) niet bekend wie bedoeld wordt. Guépin kende mogelijk deze familie, want in 1738 schrijft hij een huwelijksgedicht voor Jacob Dankaarts.
5. ‘Reise of Wandelinge’, folio 8.
6. ‘Reise of Wandelinge’, folio 23.

Geplaatst door Jan van Loo op 13 april 2022.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s