(7) Nieuwe Jaer Wensch

Bron: ZB Middelburg: KLUIS, Hs. 2989

Dit gelegenheidsgedicht op licht spottende toon uit 1734 schrijft Jean Guépin voor zijn vriend Hermanus Jaarsma (Jaersma). Samen bezochten zij de Latijnse school en Jaarsma verlaat nu Vlissingen om theologie te gaan studeren, wat Guépin verdrietig stemt, maar hij vertrouwt erop dat Jaarsma door zijn standvastigheid zijn doel zal bereiken. Jaarsma komt ook voor in een gedicht waar de heren in 1734 met nog twee andere vrienden, Nicolaes Lambrechtsen en Jacobus (Co) Boudrie, een Reis naar Domburg (Hs. 4786) maken. Eveneens interessant is de briefwisseling van een tiental brieven die Guépin en Jaarsma in 1735 uitwisselen in de bundel Brieven in Rijm en Onrijm. (Hs. 2771)

Nieuwe-Jaer Wensch
aen den geleerden Jongeling

HERMANUS JAERSMA

Door

J. G.

Den draed van’t oude Jaer is weder afgesponnen.
Apollo heeft syn loop met t’nieuwe Jaer begonnen:
De tyd, de snelle tyd, vliegt heen gelyk de wind
En rook (dat yder een int aerdsche dal bemind
Is anders niet) myn pligt doet my tot u waerds keeren
om u met wenschen tal, op heden te vereeren.
Ah! was myn wensch & wil op desen dage volbragt:
gy wies van deugt tot deugt, gy ging van kragt tot kragt
Gods gaven, & Syn Geest, de deugt sou op u rusten,
geen ydelheyt in u, geen kindsheyt, aerdsche lusten
En wat iets diergelyks is maer u, groten Geest
sou als een akker syn bebouwt door t geen gy leest:
U gladde tonge sou meer als een degen dringen
in ’t innigste van ’t hert: Ja uwe Eerstelingen.
de bloeysels van u Jeugt selfs bragten vrugten voort;
U welgeslepe spraek een ygelyk bekoord:
maer, O gedachtenis van’t droevig afscheid nemen
int kort van U O maet! gy doet dit digtse swemen.
Eer na een treurdigt dan na eenig vreugdewensch:
Soo volgt de bitterheyt, de soetheyt van den mensch.
Als ik aen u gedenk, voel k’uyt myn oogen leken.
de silte traen, Ja k voel myn angstig herte breken:
O afscheyd van een vrind & van sulk Cammaraedt
k’wensch dat g’op desentyd uyt myn gedagten gaedt
Maer dat ’s ommogelyk: myne vriend wild dan gedogen:
dat ik als int verschiet u met betraende oogen
Ik met een treur gesigt, gy met een bang gemoed,
voor Oogen stil & wy malkaer den laetsten Groet
Den laesten kus, bewys van onse vriendschap: geven:
Ach droevig afscheyd, wiens geheugen my doet beven:
Gaet weg uyt myn gesigt, k’wou dàt g’op desen dag:
in’t donkere moeras van de vergeet vloed lag:
k wend d’Oogen van u af; ah was gy omte kopen:
maer stil het NIEUWE JAER’S tyd dwingt my nog te hopen
kom neemt mijn wenschen aen; ontfangt erdoor myn herte
dies u o weerde maet, met t digt geschonken werd.
k’bedank u voor de les die gy my hebt gegeven:
voor my het is myn pligt om wel er na te leven
& hy die ‘d aerd gebruykt tot voetbank synes voet
en d’hemel tot syn throon gun u t’ bestendig goedt.
Hy wil u met syn geest & met syn liefde loonen
En scheyd gy van de Aerd met Glorypalmenkroonen.
En dus deelagtig aen het eeuwige verbond.
op onsen middelaer syn dierbre bloed gegrond
Wel aen dan weerde maet wil op de laen niet wyken.
Kom stryd den goeden stryd gy sult dog niet beswyken
treed in geleerdheyt voort, & waer dat gy ook gaet
Gedenkt altyds aen my u vrind & waerde maet.

Geplaatst door Jan van Loo op 7 januari 2022.

Een gedachte over “(7) Nieuwe Jaer Wensch

Laat een reactie achter op Merkwaardig (week 2) | www.weyerman.nl Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s